White paper: Voedselverspilling en de impact op een duurzame samenleving

Wereldwijd wordt een derde van al het voedsel, en daarmee grote hoeveelheden kostbare grondstoffen, verspild. De Rijksoverheid streeft ernaar deze verspilling drastisch reduceren, om zo ook internationale afspraken na te komen. De Verenigde Naties wil voedselverspilling namelijk vóór 2030 met de helft verminderen ten opzichte van 2015.

50% minder voedselverspilling in 2030
De Verenigde Naties (VN) willen wereldwijd voedselverspilling met 50% verminderen in 2030, als onderdeel van een van de Sustainable Development Goals: het toewerken naar een verantwoorde consumptie en productie. De landbouwministers van de Europese Unie (EU) sluiten zich hierbij aan, waarmee de EU hetzelfde doel nastreeft.

Jaarlijks twee miljoen ton voedsel verspild
Jaarlijks wordt in Nederland naar schatting twee miljoen ton voedsel verspild. Dat gebeurt op tal van plekken in de voedselketen: van het boerenerf tot de supermarkt en alle schakels daartussen (transport, veiling, levensmiddelenindustrie etc.).

  • Productie: producten die niet aan de strenge transport- en verkoopnormen voldoen komen niet in het verkoopkanaal terecht, maar worden weggegooid of tot laagwaardige producten (bijvoorbeeld veevoer) verwerkt. Zo gooien vissers bijvangst overboord en laten boeren aardappelen die afwijkend van vorm zijn op het land liggen.
  • Transport: voedsel kan tijdens transport beschadigd raken en wordt bovendien aan wisselende temperaturen blootgesteld, waardoor een deel niet meer geschikt is voor verkoop.
  • Verkoop: bij supermarkten en andere retailers worden verse producten meer dan voldoende ingekocht, waardoor lang niet alles ‘op tijd’ (dus voor het verstrijken van de houdbaarheidsdatum) verkocht wordt. Ook langer houdbare producten (zoals zout, koffie en pasta) moeten vernietigd worden bij het verstrijken van de houdbaarheidsdatum, ondanks dat deze producten nog goed te consumeren zijn.
  • Consumptie: doordat thuis en in de horeca regelmatig te veel gekookt wordt of omdat voedsel niet goed bewaard wordt, gooien we per persoon jaarlijks gemiddeld 41 kilo voedsel weg. In welvarende landen is de consument daardoor verantwoordelijk voor 40 tot 50% van alle voedselverspilling.

Een complex probleem
Voedselverspilling is in Nederland, in tegenstelling tot in minder ontwikkelde landen, een luxeprobleem. We kunnen het ons permitteren om de consument alleen de mooiste groenten aan te bieden én overproductie weg te gooien. Dit maakt voedselverspilling, met name in ontwikkelde landen, een complexe uitdaging om op te lossen.

Waarom moeten we aan de slag?
Iedere bloemkool, elk speklapje en ieder pak melk is met toewijding geproduceerd en naar onze tafel gebracht. Twee derde van alle Nederlanders is dan ook van mening dat goed voedsel weggooien ‘niet hoort’. Voedsel dat in de prullenbak belandt, staat bovendien voor een verspilling van waardevolle en vaak schaarse grondstoffen:

  • Water: slechts een zeer klein deel (0,09%) van het water op de wereld is geschikt voor gebruik (in de landbouw). Dit maakt zoet water een schaars goed, terwijl er grote hoeveelheden nodig zijn voor voedselproductie, bijvoorbeeld 15.000 liter per kilo rundvlees, 5.000 liter per kilo kaas en 800 liter per kilo appels.
  • Energie: voor het produceren, oogsten, transporteren, verwerken, verhitten, invriezen en verpakken van voedsel zijn grote hoeveelheden energie nodig.
  • Nutriënten: planten kunnen niet groeien zonder voldoende nutriënten, zoals fosfaat, in de bodem. Daarom voegen we op grote schaal (kunst)mest toe aan landbouwgronden. Hoewel het nationale mestoverschot anders doet lijken, is de hoeveelheid fosfaat op de wereld eindig en dus ook de mogelijkheid om land (kunstmatig) vruchtbaar te houden.
  • Bebouwbaar land: jaarlijks wordt in Europa de oogst van 28.940 km2 landbouwgrond verspild. Dat is een oppervlakte ter grootte van ¾ van Nederland.
  • Geld: door voedsel te verspillen gooit ieder persoon tot €150 per jaar weg. Voor de totale wereldbevolking komt dit neer op een bedrag van €550 miljard.

Voedselproductie zorgt, net als energieproductie of transport, voor de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Voedselverspilling vergroot daardoor ook onze impact op de aarde. Door voedselverspilling te voorkomen kunnen consumenten hun milieu-impact tot wel 14% verlagen. Om bovenstaande redenen is in een duurzame, circulaire en toekomstbestendige samenleving dan ook geen plaats voor grootschalige voedselverspilling.

Inzet van de rijksoverheid
De Nederlandse overheid wil voedselverspilling terugdringen door o.a. in te zetten op consumentenvoorlichting en door samen te werken met het bedrijfsleven, bijvoorbeeld door middel van de Taskforce Circular Economy in Food. Verschillende partijen die betrokken zijn bij de voedselketen (Universiteit Wageningen, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Alliantie Duurzaam Voedsel) hebben zich hierin verenigd. Om voedselverspilling ‘van grond tot mond’ te minimaliseren zijn vier actielijnen gedefinieerd (monitoring, samenwerking en kennisontwikkeling, gedragsveranderingscampagnes en het stimuleren van wetgeving en instrumentarium voor een circulaire economie). Meer weten? Kijk op www.samentegenvoedselverspilling.nl

Wat kunnen gemeenten betekenen?
De gemeente staat dichtbij de burger en is daardoor goed in staat huishoudens te bereiken en duurzaam gedrag te stimuleren. Gemeenten zijn daardoor een belangrijke schakel in de aanpak van voedselverspilling, zoals ook wordt erkend door de nationale overheid. Bovendien biedt deze aanpak kansen voor de lokale gemeenschap. Het aanboren van potentie tot lokale ketenvorming stimuleert de lokale economie en biedt mogelijkheden voor sociale werkvoorziening en verbetering van sociale cohesie. Kortom: een ideale kapstok om verschillende gemeentedoelen te bereiken.

De hamvraag daarbij is: hoe krijg je als gemeente je inwoners in beweging en zorg je dat lokale kansen worden aangegrepen?

Lokale ketenvorming
Globalisering en industrialisatie zorgen voor een overvloed aan voedsel dat tegen lage prijzen voor iedere consument beschikbaar is. Dit betekent niet dat er geen lokale kansen te benutten zijn. Integendeel: lokale telers hebben vaak geen (of een laagwaardige) toepassing voor hun zogenaamde B-stromen (voedsel wat niet aan de normen voldoet). Dit zijn productstromen waar in potentie gemakkelijk waarde aan valt toe te voegen. Door op zoek te gaan naar de beste mogelijkheden tot lokale samenwerking, kan een sociaal en economisch rendabele lokale voedselketen worden gevormd, die invulling geeft aan veel meer dan alleen voedselverspillingsdoelstellingen (zoals sociale cohesie en werkvoorziening).

Educatie
Jong geleerd, is oud gedaan! Inzet op educatie voor jongeren heeft ook een effect op het gedrag van hun omgeving (ouders, broers en zussen) waardoor duurzame gedragsverandering voor de komende generaties geborgd wordt. Educatie kan de vorm aannemen van een (of meerdere) gastles(sen) over het verwerken van restjes, een projectweek over verspilling of een langdurig lesprogramma voor bijvoorbeeld een horeca-opleiding. Hierin kan voedselverspilling gekoppeld worden aan diverse andere onderwerpen:

  • Gezonde voeding: verwerk overrijp fruit tot smoothies.
  • Creatieve vormgeving: ontwerp een receptenboek over koken met kliekjes.
  • Ondernemerschap: organiseer een foodfestival, zet een pop-up waste restaurant op.
  • Regionale (sociale) ontwikkeling: betrek lokale ondernemers, verzorg maaltijden voor wijkcentra of ouderen.

Communicatie
Alle inzet op gedragsverandering heeft een sterke basis in communicatie, of het nu gaat over het aansporen van burgers tot duurzaam gedrag of het reduceren van voedselverspilling bij supermarkten. Door alle inzet onder te brengen in een overkoepelende communicatiecampagne is de kans op duurzame gedragsverandering (bij meerdere generaties) een stuk groter. Een dergelijke campagne bevat beeldmateriaal, persberichten, social media content, beeldmerken, logo’s e.d. onderbouwd door gedragspsychologische principes. De kracht van een goede communicatiecampagne is de eenduidige opzet van alle uitingen en herhaling door de tijd heen. Dit is de basis voor duurzame gedragsverandering.

Leuke én lekkere voorbeelden uit de keuken van Facet

LOVE Food Company
Concrete acties tegen voedselverspilling: dat is de doelstelling van LOVE Food Company in de gemeente Laarbeek. Door bosuien uit de B-stroom te verwerken, creëerden we in Laarbeek een lokaal, circulair voedselsysteem en tegelijkertijd sociale werkvoorziening creëert.

Van boer tot bord
Leerlingen van het Pius X college in Bladel krijgen les over voedsel: van boer tot bord. Samen onderzoeken ze waar voedsel vandaan komt, wat er verspild wordt en waarom. Met producten die anders weggegooid zouden worden bereiden de leerlingen een heerlijk diner.

No wa(y)ste
Een lessencyclus over het voorkomen van voedselverspilling voor het voortgezet onderwijs. Ontwikkeld met Rabobank de Kempen. Thema’s die aan bod komen: verspilling, fair-trade, biologisch, smaak, koken met restjes.

Food Rescue
Kinderen van basisscholen (groep 6, 7, 8) in de gemeente Bergeijk verwerken producten van de lokale supermarkt, producten die anders weggegooid zouden worden. Kinderen organiseren er een ‘Food Festival’ mee voor familie en buurtbewoners.

No RESTaurant
Op de praktijkschool van het Pius X college bedenken, bereiden en serveren leerlingen gerechten in hun eigen pop-up restaurant. Hierbij gebruiken ze producten van de boer en/of supermarkt die anders weggegooid zouden worden.

Geïnteresseerd?
Ook zin gekregen om aan de slag te gaan met de voedseltransitie? Al beleid gevormd maar geen idee hoe dit uit te voeren? Neem contact met ons op.

Download deze white paper als PDF-bestand.